Geschiedenis Dorregeestermolen

De molen van de polder Dorregeest is een in 1896 gebouwde achtkante bovenkruier. Hij bemaalde de 185 ha grote polder op de Schermerboezem. De landschappelijke betekenis van de in een vrij open weidegebied aan het Alkmaardermeer gelegen molen is groot.

Het veenachtige land van Dorregeest heeft tot het midden van de 17de eeuw op natuurlijke wijze kunnen afwateren. In 1647 is het gebied, vanwege de door de grote bedijkingen hoger geworden boezemstand, bepolderd en onder bemaling gebracht. De voorganger van de huidige molen, die in 1864 nog als schepradmolen was ingericht, verbrandde op 6 december 1895 als gevolg van blikseminslag. Tijdens deze onweersbui verbrandde eveneens de nabij gelegen molen ‘De Dog’ van de Castricummerpolder.

De Dorregeestermolen werd in het daarop volgende jaar door de molenmakers Poland te Heerhugowaard naar een ontwerp van de Zaanse molenmaker Vredenduin herbouwd. Eind 1947 werd de windmolen buiten bedrijf gesteld en nam een in de directe nabijheid gebouwd elektrisch vijzelgemaaltje de bemalingstaak over. De molen die in 1955 door de gemeente werd aangekocht is hierna enige tijd als tweede woning gebruikt en wat in verval geraakt. Hij is in de jaren 1975-1978 fasegewijs gerestaureerd, deels door de Stichting Uitgeester en Akersloter Molens, en wordt nu weer regelmatig in werking gesteld.

Vanouds lag in de polder Dorregeest nog het 27 ha grote en in 1557 drooggemaakte Dielofsmeer. Tot 1853 sloeg dit droogmakerijtje zijn overtollig water met een eigen molentje uit op de Schermerboezem. Nadien vond de uitmaling plaats op het polderwater van de polder Dorregeest. Het daarvoor gebouwde molentje, dat was uitgerust met een horizontale waaierpomp, werd in deze eeuw vervangen door een mechanisch gemaaltje.